iberale Partij Maastricht
TVMaastricht
YES WE CAN
!!!
Kitty Nuyts
De waarde van de uitspraak van de PvdA over de waarde van de MER procedure tijdens de behandeling van het amendement over de versnelde ontwikkeling van de Beatrixhaven.

In de laatste Raadsvergadering heeft de Liberale Partij Maastricht het standpunt ingenomen dat de ontwikkeling van coffeecorner Francois de Veijestraat  zeker van belang is voor de overgangsfase, omdat de ontwikkeling van de Beatrixhaven veel  later gerealiseerd kan worden dan door de ondertekenaars van het amendement wordt beweerd.
Zie hierover ons opinie stuk op onze site.
Ook mijn argument dat er dan weer een aanvulling op de MER procedure noodzakelijk is, werd van de hand gewezen door de PvdA, met de stelling dat de MERprocedure geen waarde heeft.
Waarschijnlijk is de PvdA niet op de hoogte van de uitspraak van het Europese Hof. Daarom verwijs ik u gaarne naar onderstaande bijdrage. Doe u voordeel hiermee!

Kitty Nuyts
fractievoorzitter
Liberale Partij Maastricht

Het betreft een wijziging van het landelijke Besluit MER naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie die Nederland in 2009 op de vingers heeft getikt (zie samenvatting onder aan deze mail).

Wat is aan de hand. Tot de recente wijziging van het Besluit MER is leidraad voor de vraag of wel of geen MER voor een bepaalde activiteit gevolgd dient te worden  voornamelijk gebaseerd op de omvang (grootte) van projecten.

Zo is voor wat betreft de coffeecorners van belang hoeveel bezoekers de coffeecorner jaarlijks zal trekken.  Liggen deze bezoekersaantallen tussen de 0 en 250.000 dan is geen enkele MER-verplichting nodig, tussen de 250.000 en 500.000 dient het college zelf te bepalen of ze wel of geen MER gaat doen en boven de 500.000 bezoekers is vanuit de wet een MER verplicht.
In Maastricht zou op basis van deze bezoekersaantallen voor de coffeecorners Köbbesweg en de (toen nog nagestreefde)  Fr. de Veyestraat (bezoekersaantallen tussen de 250.000 en 500.000) door het college op basis van een beoordelingsbesluit bepaald dienen te worden of voor deze locaties wel of geen MER gevolgd dient te worden. Voor de coffeecorner Brusselseweg (minder dan 250.000 bezoekers) is geen MER vereist.

Op basis van deze bezoekersaantallen heeft het college in 2009 (in afstemming met de cie AZ) besloten - ondanks het feit dat ze voor de Köbbesweg en Fr. de Veyestraat middels het beoordelingsbesluit ook anders hadden kunnen beslissen en voor de Brusselseweg helemaal geen verplichtingen uit de MER-wetgeving hadden - om op vrijwillige basis voor alle drie de coffeecorners de MER-procedure te doorlopen.
Afgelopen raadsvergadering heeft de raad de MER hiervan aanvaard.

Uit het arrest van het Europese Hof blijkt nu dat het maar goed is dat het college besloten heeft op vrijwillige basis de MER te doorlopen. De Europese rechter zegt nu dat het al of niet doorvoeren van een MER eigenlijk niet alleen beoordeeld mag worden op drempelwaarden (lees i.c.: bezoekersaantallen) maar veel meer gekeken dient te worden naar de aard van de effecten. Deze effecten kun je pas onderbouwen na onderzoek.
De Nederlandse regering heeft naar aanleiding hiervan recent het Besluit MER aangepast.

Dus: Mocht er nog twijfel zijn over het nut van de vrijwillige m.e.r.-procedure die de gemeente Maastricht nu hebben doorlopen: het was zeer zeker een wijze beslissing.

Had de gemeente dat niet gedaan dan had het nog een juridisch gevecht kunnen worden met bv advocaten die namens buurgemeenten procederen. Zullen ze toch misschien doen, maar op dit punt heeft de gemeente geen zorg


Op 16 juni 2010 is het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit m.e.r. in de Staatscourant gepubliceerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan twee aangekondigde ontwikkelingen: reparatie naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU en de modernisering van het Besluit m.e.r.

Reparatie uitspraak EU Hof
Het Europese Hof van Justitie heeft op 15 oktober 2009 bepaald dat Nederland de regels voor m.e.r. niet goed uitvoert. Het Hof oordeelt dat Nederland ten onrechte in onderdeel D drempels heeft vastgesteld die alleen rekening houden met de omvang van projecten en niet met andere relevante criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn van projecten (vooral de kenmerken en de plaats van het project). Daardoor bestaat dus ook bij activiteiten die onder de drempel(s) van het Besluit m.e.r. blijven, niet de zekerheid dat geen m.e.r.-beoordeling nodig is (of een m.e.r. in geval van een kaderstellend plan). Om hier aan tegemoet te komen wordt het bevoegd gezag nu in de praktijk geadviseerd om ook in deze gevallen te toetsen aan bijlage III en de resultaten hiervan minimaal op te nemen in de onderbouwing van het plan of besluit. De conclusie die nu wordt getrokken in het ontwerpbesluit is schokkend: er kunnen geen drempelwaarden worden geformuleerd waarmee afdoende rekening wordt gehouden met de criteria uit bijlage III.
Dit is opgelost door aan de D-lijst een categorie 51 toe te voegen die stelt dat bij een activiteit op de D-lijst (kolom 1) waarbij niet wordt voldaan aan de drempel (kolom 2) toch sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dus concreet dat nadat het gewijzigde Besluit m.e.r. van kracht is bij deze activiteiten altijd een m.e.r.-beoordeling nodig is, waarbij de drempel niet meer dan een indicatie is voor het wel of niet aanwezig zijn van aanzienlijke milieugevolgen. VROM komt nog met een handreiking voor de praktijk waarbij de m.e.r.-beoordeling voor de nieuwe categorie D51 centraal staat. Verder is het de bedoeling dat er voor deze categorie een lichtere m.e.r.-beoordelingsprocedure komt (dus drie niveaus: m.e.r. voor boven drempel C, m.e.r.-beoordeling voor boven drempel D en lichte m.e.r.-beoordeling onder drempel D), maar dat vereist weer een wijziging van de Wet milieubeheer dus dat duurt nog wel een tijdje langer. Tot slot is het goed te weten dat voor twee activiteiten straks wel een drempel is opgenomen, maar dan in de definitie in artikel 1: windturbinepark (tenminste 3 windmolens, dus 2 windmolens zijn geen park en zijn dus zowaar niet m.e.r.-beoordelingspichtig) en stedelijk ontwikkelingsproject (woningbouwproject met een bebouwde vloeroppervlakte van tenminste 20.000 m2 en overige projecten zoals winkelcentra, parkeerterreinen, bioscopen, theaters en sportcentra met een vloeroppervlakte van tenminste 1.200 m2).
Liberale partij Maastricht
Fractie
Nieuws
Verkiezingen
Home
LPM in de Ster
LPM flyer
Moet je Horen