Navigation Menu
Liberale partij Maastricht
LIBERALE PARTIJ MAASTRICHT
Aan het College van Burgemeester en wethouders Postbus 1992 6201 BZ Maastricht Betreft: ex. art. 48 RvO vragen omtrent het schofferen van “de bevolkingsgroep de Maastrichtenaar” in de inleiding van Tapijnplan Maastricht, 12 maart 2016 Geacht College,
Inleiding: Op dit moment buigt Maastricht zich over het Tapijnplan: een omstreden plan vanwege de voorgestelde aantasting van  de 14 eeuwse stadsmuur voor een fietstunnel, en waarvoor het laatste doodlopende middeleeuwse straatje dat Maastricht nog heeft, ook aangetast zou worden. Een zeer succesvolle petitie en massale actie deed de wethouder op tijd inzien dat de aantasting van ons historisch cultureel erfgoed niet goed door de bevolking werd ontvangen. De wethouder gaf aan dat de kans op realisering 0,0% is. Vervolgens stond het park ter discussie. Het park, dat net als de carnaval, in het DNA van iedere Maastrichtenaar zit en waar generaties lang, herten, bokken, ezels, pauwen, kippen ganzen, eenden etc. voerden en voeren. Waar de kleine kinderen hun eerste stapjes zetten met ouders en grootouders, waar de oudere op zijn gemak komt vertoeven, waar de argeloze wandelaar geniet van de rust, de vogels, het geluid van het water en het glooiende landschappelijke park, waar de eenden en de ganzen nu nog rond kunnen lopen. Hevig protest is weer opgelaaid onder de Maastrichtenaren omdat het stadsbestuur in volgens het plan het 100 jarig oude hertenkamp zou gaan opdoeken, en zou gaan versnipperen in 2 of 3 kleine stukje gras. En de herten, ezels, bokken etc  vervangen zouden worden door andere dieren, (die minder plaats nodig hebben). Onthutst waren de Maastrichtenaren dat de wethouder hun dierbaar stukje Maastricht wilt afnemen, verbijsterd omdat de wethouder blijkbaar zo ver van de bevolking af staat, dat hij niet heeft kunnen inzien dat dit plan in deze vorm ondenkbaar is. Dat hij niet inziet dat hij op de ziel van veel Maastrichtenaren trapt, wiens belangen hij niet uit het oog had moeten verliezen. Op het aangrenzende Tapijnkazerne terrein wordt een studentencampus ontwikkeld. Al hoewel het park en de kazerne nooit bij elkaar hebben gehoord werd nu gesteld dat het park zou worden uitgebreid, echter door een overvloed van – voor een campus nog al vreemde functies* – moet het park juist inboeten. Want de dierenweide moet schuiven en opgeknipt worden en er worden fietspaden door het park aangelegd, waardoor de functie van het park zal verdwijnen. Immers van een park is geen sprake meer als dit gedegradeerd wordt tot doorgangsweg waar druk gefietst wordt. Eens aangereden zal de animo snel verdwijnen om hier van de rust en de dieren en al het moois te komen genieten. De Maastrichtenaar wordt uit zijn park verdreven. *moestuin – siertuin –stiltetuin – recreatietuin – ecologische tuin… Het plan is niet in balans. Het had niet gehoeven, maar er wordt door de wijze van invulling van het plan – het park dat ondergeschikt wordt gemaakt aan de campus - een controverse gekweekt door de wethouder, tussen Maastrichtenaren die hun park en hertenkamp koesteren en de universiteit en haar studenten. Wij vinden dat onnodig. Beide belangen kunnen naast elkaar, zonder elkaar te hinderen. De wethouder zegt dat er zaken gaan veranderen en dat de aantasting van het park en hertenkamp gerechtvaardigd zou zijn. Namelijk in het kader van  het algemeen belang.  Als we in de staatscourant kijken - want inmiddels ligt het plan ter inzage om zienswijzen in te dienen - zien we in de inleiding 2.4.1. hoe het stadsbestuur tegen de bevolkingsgroep “de Maastrichtenaar” aankijkt. Een typering van de Maastrichtenaar die onnodig grievend is, en wellicht discriminerend. Gesuggereerd wordt dat deze passage op feiten is gebaseerd. De toekomst van Maastricht schijnt in de handen te liggen van “instroom van buitenaf”, niet in handen van de Maastrichtenaar, want aan laatstgenoemde bevolkingsgroep, daar mankeert nog al het een en ander aan… Je kunt je afvragen hoe een Maastrichtenaar nog ooit aan een baan kan komen, na deze typering, in openbare documenten. In die inleiding ligt wellicht ook het antwoord waarom de wethouder bij het bepalen van het algemeen belang,  het belang van de hoger opgeleide meer gewicht in de schaal legt,  dan het belang van de Maastrichtenaar. In deze vragenreeks willen we aan de hand van citaten uit de inleiding van het Tapijnplan, hier onder vermeld, inzoemen op de typering van de bevolkingsgroep “de Maastrichtenaar”. (1)“de zeer sterke stadscultuur ('de Mestreechter Geis') werkt soms beperkend voor andersdenkenden. (2)“de sociale samenstelling van de bevolking kan tot een beknotting van de ontwikkelingsmogelijkheden leiden”. (3) “het vrij lage beschikbare opleidingsniveau vraagt om instroom van nieuwe, jonge, hoog opgeleide en ambitieuze talenten die hun bijdrage aan de stad leveren”. (4)“vergrijzing en ontgroening leiden tot afname van het sociaal-economische aanpassingsvermogen van de stad”.  (5)“De tolerantie heeft het karakter heeft van een zekere braafheid”. (6)“De binding is te weinig naar buiten gericht”. (7)“Er wordt te weinig actief op (Eu-)regionale schaal samengewerkt” . (8) “Tenslotte leidt op economisch terrein beknelling van het innovatief vermogen en het gebrek aan ondernemerschap tot een mogelijke achilleshiel voor economische versterking van de stad”.
Algemeen Vraag 1a. Onderschrijft u, in de hoedanigheid als wethouder, deze typering van de bevolkingsgroep de Maastrichtenaar in dit stuk, of distantieert u zich hiervan? b. Waarom heeft u deze voor de Maastrichtenaren, onnodig grievende passage niet uit het Tapijnplan gehaald? c. Bent u van plan deze passage te schrappen in het huidige en toekomstige documenten?  “de sociale samenstelling van de bevolking kan tot een beknotting van de ontwikkelingsmogelijkheden leiden”. “Het vrij lage beschikbare opleidingsniveau vraagt om instroom van nieuwe, jonge, hoog opgeleide en ambitieuze talenten die hun bijdrage aan de stad leveren”. Deze passage wekt de suggestie dat de toekomst van de stad in handen ligt van “instroom” omdat de Maastrichtenaar daartoe niet in staat is en  dat de Maastrichtenaren niet onder de kwalificatie hoogopgeleid en ambiteus valt. Vraag 2a.   Betekent deze passage volgens u,  dat u in de hoedanigheid als wethouder van de stad Maastricht, bij het bepalen van het algemeen belang,  de belangen van de Maastrichtenaar ondergeschikt laat zijn aan de belangen van de ambitieuze talentvolle instroom, nu de Maastrichtenaar deze eigenschappen zou ontberen en dus niet voor de toekomst van zijn eigen stad zou kunnen zorgen? Vraag 2b.En  dat t.b.v. dit algemene belang er daarom zo maar fietspaden in het park moeten komen en  het 100 jarig  dierenpark waar de Maastrichtenaar zo aan verknocht is, versnipperd moet worden, geheel tegen de wens in van de Maastrichtenaar? Vraag 2c. Betekent deze visie op de Maastrichtenaar, dat zijn belangen voortaan weinig kansrijk zullen zijn als er een afweging moet plaatsvinden tussen zijn belang en het belang van de ambitieuze talentvolle instroom? Graag antwoorden goed onderbouwen. Specifiek (1)“de zeer sterke stadscultuur ('de Mestreechter Geis') werkt soms beperkend voor andersdenkenden. vraag 3a. De Mestreechter Geis wordt hier  als een soort kwaal omschreven. Is het niet juist de Mestreechter Geis die de stad Maastricht heeft gemaakt: een aantrekkelijke, bruisende, mooie en geliefde stad? 3b.  En heeft die Mestreechter Geis er niet voor gezorgd dat mensen van buitenaf hier zelfs graag willen wonen en werken ? 3c. Welke boodschap zou u de Maastrichtenaar die met de Mestreechter Geis is geboren,  in het belang van de stad willen meegeven? (2)“de sociale samenstelling van de bevolking kan tot een beknotting van de ontwikkelingsmogelijkheden leiden”. Vraag 4. Welke negatieve aspecten spelen dan zo’n grote rol  bij  de sociale samenstelling van onze bevolkingsgroep dat zij voor beknotting zorgt? b. Heeft u  maatregelen getroffen om deze eventuele beknotting op te heffen, zo ja welke dan? (3) “het vrij lage beschikbare opleidingsniveau vraagt om instroom van nieuwe, jonge, hoog opgeleide en ambitieuze talenten die hun bijdrage aan de stad leveren”. Vraag 5a. bent u met ons van mening dat de Maastrichtse bevolkingsgroep veel  jonge hoog opgeleide en ambitieuze talenten heeft en dat het opleidingsniveau helemaal niet als  vrij laag te bestempelen valt? Dat wij zelfs boven het landelijke gemiddelde zitten? 5b. Is het niet zo dat u nauwelijks investeert in werkgelegenheid voor het deel van de kansarmen en voor de hoogopgeleiden zeer specifiek  inzet op gebied van lifescience, omdat u aan dat laatste de voorkeur geeft? 5c. Wat heeft u de afgelopen 5 jaar gedaan om het deel laagopgeleiden aan vast werk te helpen, behalve gesubsidieerde trajectjes? (4)“vergrijzing en ontgroening leiden tot afname van het sociaal-economische aanpassingsvermogen van de stad”. Vraag 6a. Is het niet zo dat senioren er juist voor zorgen dat de vrijetijds economie mede dankzij hen goed draait? 6b. Bijna 20% in Maastricht is ouder dan 65 jaar. Dat is slechts 1/5 van de bevolking.  Is het juist niet zo dat in Maastricht in de afgelopen tijd meer dan 5000 betaalde banen teniet zijn gegaan,  en in de regio nog veel meer en dat deze vergrijzing er in elk geval niet aan bijdraagt  dat  het aantal werklozen nog hoger oploopt? En dat 4/5 van de bevolking dus beschikbaar is voor  arbeid, die onvoldoende aanwezig is? 6c. Is het juist niet zo dat de senioren de banen in de zorg creëren? 6d. Is het niet zo dat elk deel van de bevolkingsgroep zijn eigen pluspunten heeft en dat die hier zwaar worden onderbelicht?  (5)“De tolerantie heeft het karakter heeft van een zekere braafheid”. Vraag 7. wat wordt hier bedoeld met braafheid?  (6)“De binding is te weinig naar buiten gericht”. Vraag 8. De Maastrichtenaar heeft Spaans en Frans bloed in zich, spreekt meerdere talen, heeft meestal familie en vrienden in België en Duitsland, werkt en studeert ook  vaak in het buitenland en doet er ook vaak zijn boodschappen. Hier wordt zeker het stadsbestuur mee bedoeld?
 (7)“Er wordt te weinig actief op (Eu-)regionale schaal samengewerkt” . Vraag 9a. Is dat de taak van het stadsbestuur? Vraag 9b. Is de tram  daar dan geen goed voorbeeld van? (8) “Tenslotte leidt op economisch terrein beknelling van het innovatief vermogen en het gebrek aan ondernemerschap tot een mogelijke achilleshiel voor economische versterking van de stad”. Vraag 10 a. Is het niet zo dat er juist geen gebrek aan innovatie en gebrek aan ondernemerschap is , maar dat ieder initiatief van een ondernemer stelselmatig wordt tegengewerkt door allerlei bedachte regeltjes en dat de ondernemer gebukt gaat onder allerlei lokale belastingen? En dat initiatieven ook blijven liggen bij de gemeente? Vraag 10b. is het niet zo dat het college elk initiatief m.b.t. de leegstand in de kiem smoort en dat het college al jaren aangeeft dat zij  geen antwoord heeft op de leegstand, de hoge parkeertarieven, files bij doseerlichten, en het dichtslibben van de binnenstad? Namens de Liberale Partij Maastricht Kitty Nuyts
HOME FRACTIE VERKIEZINGEN OPROEP ARCHIEF CONTACT
Liberale partij Maastricht
LIBERALE PARTIJ MAASTRICHT
Aan het College van Burgemeester en wethouders Postbus 1992 6201 BZ Maastricht Betreft: ex. art. 48 RvO vragen omtrent het schofferen van “de bevolkingsgroep de Maastrichtenaar” in de inleiding van Tapijnplan Maastricht, 12 maart 2016 Geacht College,
Inleiding: Op dit moment buigt Maastricht zich over het Tapijnplan: een omstreden plan vanwege de voorgestelde aantasting van  de 14 eeuwse stadsmuur voor een fietstunnel, en waarvoor het laatste doodlopende middeleeuwse straatje dat Maastricht nog heeft, ook aangetast zou worden. Een zeer succesvolle petitie en massale actie deed de wethouder op tijd inzien dat de aantasting van ons historisch cultureel erfgoed niet goed door de bevolking werd ontvangen. De wethouder gaf aan dat de kans op realisering 0,0% is. Vervolgens stond het park ter discussie. Het park, dat net als de carnaval, in het DNA van iedere Maastrichtenaar zit en waar generaties lang, herten, bokken, ezels, pauwen, kippen ganzen, eenden etc. voerden en voeren. Waar de kleine kinderen hun eerste stapjes zetten met ouders en grootouders, waar de oudere op zijn gemak komt vertoeven, waar de argeloze wandelaar geniet van de rust, de vogels, het geluid van het water en het glooiende landschappelijke park, waar de eenden en de ganzen nu nog rond kunnen lopen. Hevig protest is weer opgelaaid onder de Maastrichtenaren omdat het stadsbestuur in volgens het plan het 100 jarig oude hertenkamp zou gaan opdoeken, en zou gaan versnipperen in 2 of 3 kleine stukje gras. En de herten, ezels, bokken etc  vervangen zouden worden door andere dieren, (die minder plaats nodig hebben). Onthutst waren de Maastrichtenaren dat de wethouder hun dierbaar stukje Maastricht wilt afnemen, verbijsterd omdat de wethouder blijkbaar zo ver van de bevolking af staat, dat hij niet heeft kunnen inzien dat dit plan in deze vorm ondenkbaar is. Dat hij niet inziet dat hij op de ziel van veel Maastrichtenaren trapt, wiens belangen hij niet uit het oog had moeten verliezen. Op het aangrenzende Tapijnkazerne terrein wordt een studentencampus ontwikkeld. Al hoewel het park en de kazerne nooit bij elkaar hebben gehoord werd nu gesteld dat het park zou worden uitgebreid, echter door een overvloed van – voor een campus nog al vreemde functies* – moet het park juist inboeten. Want de dierenweide moet schuiven en opgeknipt worden en er worden fietspaden door het park aangelegd, waardoor de functie van het park zal verdwijnen. Immers van een park is geen sprake meer als dit gedegradeerd wordt tot doorgangsweg waar druk gefietst wordt. Eens aangereden zal de animo snel verdwijnen om hier van de rust en de dieren en al het moois te komen genieten. De Maastrichtenaar wordt uit zijn park verdreven. *moestuin – siertuin –stiltetuin – recreatietuin – ecologische tuin… Het plan is niet in balans. Het had niet gehoeven, maar er wordt door de wijze van invulling van het plan – het park dat ondergeschikt wordt gemaakt aan de campus - een controverse gekweekt door de wethouder, tussen Maastrichtenaren die hun park en hertenkamp koesteren en de universiteit en haar studenten. Wij vinden dat onnodig. Beide belangen kunnen naast elkaar, zonder elkaar te hinderen. De wethouder zegt dat er zaken gaan veranderen en dat de aantasting van het park en hertenkamp gerechtvaardigd zou zijn. Namelijk in het kader van  het algemeen belang.  Als we in de staatscourant kijken - want inmiddels ligt het plan ter inzage om zienswijzen in te dienen - zien we in de inleiding 2.4.1. hoe het stadsbestuur tegen de bevolkingsgroep “de Maastrichtenaar” aankijkt. Een typering van de Maastrichtenaar die onnodig grievend is, en wellicht discriminerend. Gesuggereerd wordt dat deze passage op feiten is gebaseerd. De toekomst van Maastricht schijnt in de handen te liggen van “instroom van buitenaf”, niet in handen van de Maastrichtenaar, want aan laatstgenoemde bevolkingsgroep, daar mankeert nog al het een en ander aan… Je kunt je afvragen hoe een Maastrichtenaar nog ooit aan een baan kan komen, na deze typering, in openbare documenten. In die inleiding ligt wellicht ook het antwoord waarom de wethouder bij het bepalen van het algemeen belang,  het belang van de hoger opgeleide meer gewicht in de schaal legt,  dan het belang van de Maastrichtenaar. In deze vragenreeks willen we aan de hand van citaten uit de inleiding van het Tapijnplan, hier onder vermeld, inzoemen op de typering van de bevolkingsgroep “de Maastrichtenaar”. (1)“de zeer sterke stadscultuur ('de Mestreechter Geis') werkt soms beperkend voor andersdenkenden. (2)“de sociale samenstelling van de bevolking kan tot een beknotting van de ontwikkelingsmogelijkheden leiden”. (3) “het vrij lage beschikbare opleidingsniveau vraagt om instroom van nieuwe, jonge, hoog opgeleide en ambitieuze talenten die hun bijdrage aan de stad leveren”. (4)“vergrijzing en ontgroening leiden tot afname van het sociaal-economische aanpassingsvermogen van de stad”.  (5)“De tolerantie heeft het karakter heeft van een zekere braafheid”. (6)“De binding is te weinig naar buiten gericht”. (7)“Er wordt te weinig actief op (Eu-)regionale schaal samengewerkt” .(8) “Tenslotte leidt op economisch terrein beknelling van het innovatief vermogen en het gebrek aan ondernemerschap tot een mogelijke achilleshiel voor economische versterking van de stad”.
Algemeen Vraag 1a. Onderschrijft u, in de hoedanigheid als wethouder, deze typering van de bevolkingsgroep de Maastrichtenaar in dit stuk, of distantieert u zich hiervan? b. Waarom heeft u deze voor de Maastrichtenaren, onnodig grievende passage niet uit het Tapijnplan gehaald? c. Bent u van plan deze passage te schrappen in het huidige en toekomstige documenten?  “de sociale samenstelling van de bevolking kan tot een beknotting van de ontwikkelingsmogelijkheden leiden”. “Het vrij lage beschikbare opleidingsniveau vraagt om instroom van nieuwe, jonge, hoog opgeleide en ambitieuze talenten die hun bijdrage aan de stad leveren”. Deze passage wekt de suggestie dat de toekomst van de stad in handen ligt van “instroom” omdat de Maastrichtenaar daartoe niet in staat is en  dat de Maastrichtenaren niet onder de kwalificatie hoogopgeleid en ambiteus valt. Vraag 2a.   Betekent deze passage volgens u,  dat u in de hoedanigheid als wethouder van de stad Maastricht, bij het bepalen van het algemeen belang,  de belangen van de Maastrichtenaar ondergeschikt laat zijn aan de belangen van de ambitieuze talentvolle instroom, nu de Maastrichtenaar deze eigenschappen zou ontberen en dus niet voor de toekomst van zijn eigen stad zou kunnen zorgen? Vraag 2b.En  dat t.b.v. dit algemene belang er daarom zo maar fietspaden in het park moeten komen en  het 100 jarig  dierenpark waar de Maastrichtenaar zo aan verknocht is, versnipperd moet worden, geheel tegen de wens in van de Maastrichtenaar? Vraag 2c. Betekent deze visie op de Maastrichtenaar, dat zijn belangen voortaan weinig kansrijk zullen zijn als er een afweging moet plaatsvinden tussen zijn belang en het belang van de ambitieuze talentvolle instroom? Graag antwoorden goed onderbouwen. Specifiek (1)“de zeer sterke stadscultuur ('de Mestreechter Geis') werkt soms beperkend voor andersdenkenden. vraag 3a. De Mestreechter Geis wordt hier  als een soort kwaal omschreven. Is het niet juist de Mestreechter Geis die de stad Maastricht heeft gemaakt: een aantrekkelijke, bruisende, mooie en geliefde stad? 3b.  En heeft die Mestreechter Geis er niet voor gezorgd dat mensen van buitenaf hier zelfs graag willen wonen en werken ? 3c. Welke boodschap zou u de Maastrichtenaar die met de Mestreechter Geis is geboren,  in het belang van de stad willen meegeven? (2)“de sociale samenstelling van de bevolking kan tot een beknotting van de ontwikkelingsmogelijkheden leiden”. Vraag 4. Welke negatieve aspecten spelen dan zo’n grote rol  bij  de sociale samenstelling van onze bevolkingsgroep dat zij voor beknotting zorgt? b. Heeft u  maatregelen getroffen om deze eventuele beknotting op te heffen, zo ja welke dan? (3) “het vrij lage beschikbare opleidingsniveau vraagt om instroom van nieuwe, jonge, hoog opgeleide en ambitieuze talenten die hun bijdrage aan de stad leveren”. Vraag 5a. bent u met ons van mening dat de Maastrichtse bevolkingsgroep veel jonge hoog opgeleide en ambitieuze talenten heeft en dat het opleidingsniveau helemaal niet als  vrij laag te bestempelen valt? Dat wij zelfs boven het landelijke gemiddelde zitten? 5b. Is het niet zo dat u nauwelijks investeert in werkgelegenheid voor het deel van de kansarmen en voor de hoogopgeleiden zeer specifiek  inzet op gebied van lifescience, omdat u aan dat laatste de voorkeur geeft? 5c. Wat heeft u de afgelopen 5 jaar gedaan om het deel laagopgeleiden aan vast werk te helpen, behalve gesubsidieerde trajectjes? (4)“vergrijzing en ontgroening leiden tot afname van het sociaal-economische aanpassingsvermogen van de stad”. Vraag 6a. Is het niet zo dat senioren er juist voor zorgen dat de vrijetijds economie mede dankzij hen goed draait? 6b. Bijna 20% in Maastricht is ouder dan 65 jaar. Dat is slechts 1/5 van de bevolking.  Is het juist niet zo dat in Maastricht in de afgelopen tijd meer dan 5000 betaalde banen teniet zijn gegaan,  en in de regio nog veel meer en dat deze vergrijzing er in elk geval niet aan bijdraagt  dat  het aantal werklozen nog hoger oploopt? En dat 4/5 van de bevolking dus beschikbaar is voor  arbeid, die onvoldoende aanwezig is? 6c. Is het juist niet zo dat de senioren de banen in de zorg creëren? 6d. Is het niet zo dat elk deel van de bevolkingsgroep zijn eigen pluspunten heeft en dat die hier zwaar worden onderbelicht?  (5)“De tolerantie heeft het karakter heeft van een zekere braafheid”. Vraag 7. wat wordt hier bedoeld met braafheid?  (6)“De binding is te weinig naar buiten gericht”. Vraag 8. De Maastrichtenaar heeft Spaans en Frans bloed in zich, spreekt meerdere talen, heeft meestal familie en vrienden in België en Duitsland, werkt en studeert ook  vaak in het buitenland en doet er ook vaak zijn boodschappen. Hier wordt zeker het stadsbestuur mee bedoeld?  (7)“Er wordt te weinig actief op (Eu-)regionale schaal samengewerkt” . Vraag 9a. Is dat de taak van het stadsbestuur? Vraag 9b. Is de tram  daar dan geen goed voorbeeld van? (8) “Tenslotte leidt op economisch terrein beknelling van het innovatief vermogen en het gebrek aan ondernemerschap tot een mogelijke achilleshiel voor economische versterking van de stad”. Vraag 10 a. Is het niet zo dat er juist geen gebrek aan innovatie en gebrek aan ondernemerschap is , maar dat ieder initiatief van een ondernemer stelselmatig wordt tegengewerkt door allerlei bedachte regeltjes en dat de ondernemer gebukt gaat onder allerlei lokale belastingen? En dat initiatieven ook blijven liggen bij de gemeente? Vraag 10b. is het niet zo dat het college elk initiatief m.b.t. de leegstand in de kiem smoort en dat het college al jaren aangeeft dat zij  geen antwoord heeft op de leegstand, de hoge parkeertarieven, files bij doseerlichten, en het dichtslibben van de binnenstad? Namens de Liberale Partij Maastricht Kitty Nuyts